Jeroen Reygaert in gesprek met Reginald Moreels
maandag 12 oktober | 20:00
€5
VRT-journalist Jeroen Reygaert exploreert de ziel van Reginald Moreels, arts zonder grenzen en voormalig minister, aan de hand van een gesprek. Dr. Moreels bleef en blijft actief in conflictgebieden. Hij zag de oorlogsellende van heel dichtbij in onder meer Rwanda, Angola, Cambodja, Irak, Syrië en voormalig Joegoslavië. Sinds 2014 doet hij er alles aan om de Beni-regio, in het noordoosten van de Democratische Republiek Congo, op de kaart te zetten. Dokter Moreels vertrekt regelmatig als vrijwilliger op missie naar Beni om er gratis chirurgische zorg te verlenen. Het gebied, waar ruim een miljoen mensen leven, is een blinde vlek voor internationale hulporganisaties. Dat onrecht knaagt, en leidt tot de oprichting van UNICHIR én de bouw van het chirurgisch en verloskundig centrum. Hoe werd hij de mens die hij is? “Je kunt je niet vaccineren tegen de miserie van de wereld. Als die op je afkomt, moet je erdoor. Toen ik crashte in de loop van mijn politieke loopbaan, ging ik 7 jaar door een moeilijke periode van psychisch lijden. Maar ik ben altijd blijven vechten, ook tegen mezelf. Je moet nee zeggen tegen dat deel van je persoonlijkheid dat je negatief beïnvloedt, die innerlijke terrorist. Het zit blijkbaar in mij om te geloven dat deze wereld beter kan zijn. En dat ik daaraan kan en moet bijdragen. Daarom revolteer ik vandaag als 70’er nog meer dan als jonge gast in de sixties. Ik ben verontwaardigd over onrecht en sociale ongelijkheid, wat vooruitgangsoptimisten ook beweren. Vorige week werden weer 15 mensen vermoord in Beni. Een slachtpartij op onschuldige mensen. Geen haan die ernaar kraait. Ik weet dat wat ik doe, slechts een druppel is op een gloeiende plaat. Ook het opleidingscentrum dat ik in Beni aan het opstarten ben, zal de wereld niet veranderen. Maar niets zal mij ertoe brengen de solidariteit van mens tot mens in twijfel te trekken. En dat mijn beroep nuttig is in een verwaarloosde regio als Oost-Congo, kun je toch moeilijk ontkennen. Ik blijf onrustig zolang ik leef. Van thuis uit heb ik een sterk dogmatisch geloof meegekregen. Nadien volgde een sfeer van revolte, van mei ’68. Alles werd in vraag gesteld, op het socratische af. Ik ben nooit atheïst geweest, maar ik heb wel een agnostische periode gekend. Later heb ik het geloof teruggevonden, maar veel meer in de vorm van een rijpend geloof. Dat sluit naïeve verwondering over bijvoorbeeld de schoonheid van een tekst of van een gregoriaans gezang niet uit.”
