Metaalmijnen in Bolivia (afsluiting foto-expo)
vrijdag 19 februari 2027 | 09:00 - 12:30
Gratis
De foto’s doen de nieuwsgierige kijker nadenken over de veelbesproken energietransitie en de gevolgen van delving van grondstoffen, lithium en zilver. De tentoonstelling loopt van 1 december tot en met 19 februari, en is te bezoeken tijdens de openingsuren van het stadhuis. De kunstenaar, Rik Vandevenne, vertelt erover: “Ik reis door het adembenemende en surrealistische landschap van de Altiplano hoogvlakte van Bolivia. De vulkanische bergen zijn ontzettend kleurrijk. Het is in de late namiddag, het licht schittert op de bergen rond de laguna Hedionda. Het water kleurt blauw-groen, ongeziene contrasten, ik droom al over morgen… Al vroeg rijdt de jeep de Salar de Uyuni op en ik mag mee. Een zoutvlakte zo groot als de provincies van Vlaanderen. De witte zoutvlakte schittert in de zon, als je goed kijkt, is het een kristallisatie van onregelmatige zeshoeken, wat een natuurwonder. Na een uur rijden bereik ik het eiland Isla Incahuasi. Op dit eiland bevinden zich oeroude metershoge cactussen, het uitzicht is surrealistisch mooi. ’s Avonds zie ik op de Salar de mooiste zonsondergang. Ik reed over de grootste voorraad lithium ter wereld die hier diep in de grond zit, hoelang blijft dit gebied nog ongerept?…. Potosi, het bezoek aan de zilvermijn staat vandaag geprogrammeerd. Ik sta aan de ingang van een eeuwenoude mijn, die vandaag nog werkt verschaft aan duizenden mijnwerkers. Het schamel badhuis typeert het hele complex. Ik ga de site op richting de erg oude verroeste hangars, waar de spoorlijnen aankomen vanuit de mijnschacht. Ik hoor gepiep en een schurend geluid, in schamele kledij duwen mijnwerkers de wagons voor zich uit, de zak met alcohol, cola en cocabladeren ligt op de wagons. De wagons worden omgekieperd en het erts rolt naar beneden, waar vrouwen het erts splijten, op zoek naar de laatste restjes zilver en andere metalen. Niet alleen de geschiedenis van de mijn is schrijnend, maar ook vandaag is het nog ellende troef.”
